Home

image005.jpg

Sexy Ceramics in Leeuwarden

In Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden is van 27 augustus 2016 tot en met 9 juli 2017 een zinderende tentoonstelling over erotiek en keramiek te zien. Sexy Ceramics doorloopt aan de hand van Aziatische en Westerse keramiek alle fases van het liefdesspel. Van de eerste aanraking en voorzichtige hofmakerij tot expliciete seks. Klassieke Griekse vazen, verfijnd Aziatisch porselein en moderne keramiek nemen de kijker mee in de wereld van seks en verleiding. Er is aandacht voor verborgen symbolen, suggestieve vormen en expliciete objecten, maar ook voor de sensualiteit van het materiaal klei zelf.

Vervolgens wordt de bezoeker verleid het liefdesspel verder te ontdekken. In een weelderige zaal wordt de aandacht gevestigd op keramische voorwerpen waarin hofmakerij centraal staat. Courtisanes, femmes fatales, verleidelijke muiltjes en ondeugende herderstaferelen zorgen dat het bloed sneller gaat stromen en de eerste blosjes op de wangen verschijnen.

A dirty mind is a joy forever: met een beetje fantasie zie je sensuele vormen waar anderen die niet zien. Rondingen en welvingen doen denken aan de vormen van het menselijk lichaam. Zien we in een vaas een paar vrouwenbillen of slaat onze verbeelding op hol? Soms zijn de erotische verwijzingen suggestief, dan weer ben je omringd door ontblote borsten, ruwe mannenlijven en bevallige dames die niks aan de verbeelding over laten.

 

Peepshow

De peepshow vormt het ‘hoogtepunt’ van de tentoonstelling. Bezoekers kunnen gluren naar tegels met erotische afbeeldingen, pornografisch porselein en geboetseerde dildo’s. Hier wordt duidelijk dat door de eeuwen heen flink wat geslachtsdelen en seksscènes zijn afgebeeld in de keramiek. Voor deze laatste zaal wordt vanwege de expliciete content een leeftijdsgrens van 16 jaar gehanteerd.

 

Voor deze tentoonstelling heeft Keramiekmuseum Princessehof kunstwerken geleend uit de collecties van onder anderen het Rijksmuseum Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, het Groninger Museum en verschillende particuliere verzamelaars. Ook Seksmuseum de Venustempel in Amsterdam levert een aantal objecten, waaronder een serie porseleinen dia’s met 19de-eeuwse porno. Perspekt Studio’s uit Haarlem is verantwoordelijk voor de vormgeving van de tentoonstelling en werkte mee aan het concept.

 

Chinese erotische kunst uit de collectie Bertholet

Speciaal voor deze tentoonstelling leent de Amsterdamse kunstverzamelaar Ferry Bertholet het Princessehof erotische keramiek uit zijn privécollectie. Het museum zal zestien objecten van Chinees porselein naar Leeuwarden halen. Hieronder zitten plastieken van verleidelijke courtisanes, poserende naakte vrouwen en expliciete seksscènes.

 

Historische afbeeldingen, verborgen symbolen en bekende liefdesverhalen uit Oost en West vormen een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling Sexy Ceramics. Courtisanes, femmes fatales, sensuele muiltjes en ondeugende herderstaferelen tonen een wereld vol verleiding. Een aantal bruiklenen uit de collectie Bertholet illustreert deze verhalen prachtig. Het explicietere werk zal te zien zijn in de zaal met de peepshow, waarvoor een leeftijdsgrens van 16 jaar gehanteerd wordt.

 

Kunstschilder, schrijver, collectioneur en restaurator Ferry Bertholet werd geboren in 1952 en studeerde van 1970 tot 1976 aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam. Hij staat bekend als kenner van Chinese erotische kunst en Japanse prenten. Van zijn hand zijn inmiddels zes kunstboeken in verschillende talen uitgebracht. In 2014 was de Chinese erotische collectie van de Bertholet collectie te zien in Sotheby’s Art Gallery te Hong Kong. Vervolgens werden enkele van de belangrijkste stukken gebruikt in tentoonstellingen van het British Museum, het Berkeley Art Museum, De Nieuwe Kerk en het Rijksmuseum te Amsterdam.

 

Keramiste Alexandra Engelfriet bekleedt wand met klei

Voor de tentoonstelling bekleedde de gerenommeerde keramiste Alexandra Engelfriet de wanden van een tentoonstellingszaal met klei, zodat bezoekers letterlijk met het materiaal worden omgeven.

 

Foto: Liefdespaar op bed, circa 1918 – 1922, Shanghai, China, porselein. Collectie Bertholet, Amsterdam. Foto: Michiel Elsevier Stokmans

 

Lees meer

de-genen-van-de-kunstverzamelaar-50-collecties-in.jpg

De genen van de kunstverzamelaar

Van schilderijen van Rembrandt en Frans Hals, porselein, juwelen tot geborduurde bruidsjurken en militaire voertuigen. Van alles is te vinden in de tientallen collecties in de familie Six en aanverwanten. Auteur Jacob Six heeft de omvangrijke taak op zich genomen  al deze verzamelingen in dit boek samen te brengen. Tegelijkertijd is deze uitgave meer: er is een synthese ontstaan van de kunstgeschiedenis en de sociale geschiedenis van de in Nederland maar zo zelden beschreven elite van weleer.

 

De collecties zijn gekoppeld aan allerlei individuen, vaak met een boeiende levensgeschiedenis. Een gedeelte van de objecten is nog altijd particulier bezit van familieleden, vele andere delen zijn pronkstukken van internationale musea. Wereldbekend is de verzameling zeventiende-eeuwse familieportretten waaronder belangrijke werken door Rembrandt van Rijn, Frans Hals, Paulus Potter, Govert Flinck, Nicolaas Maes etc. Van een geheel andere orde is bijvoorbeeld de verzameling anatomische preparaten van Gerardus Vrolik die nu de kern vormt van de museumcollectie van het AMC. Zo zijn ruim veertig hoofdstukken gewijd aan verzamelingen van o.a. porselein, glas, juwelen, zilver, geborduurde bruidsjurken, militaire voertuigen, uurwerken en Indische wapens.

 

Dit royaal geïllustreerde boek geeft aandacht aan de avonturen en levensomstandigheden van verzamelaars gedurende 500 jaar.

 

Uitgeverij Waanders & de Kunst

336 pagina's

21 x 26 cm

275 illustraties in kleur en 75 in zwart-wit

gebonden

Nederlands

ISBN 9789462630192

€ 45,00

Lees meer

Arnhem 2-4-16 0008.jpg

Blauw, blauw en nog meer blauw

Op zaterdag 2 april 2016 organiseerde de vereniging een excursie naar de tentoonstelling Adellijk Aardewerk in Museum Arnhem. De excursie stond geheel in het thema Delfts blauw. Net als nummer (229) van Vormen uit Vuur. Er was een gezellige groep enthousiastelingen om van deze dag te komen genieten.

De dag begon in alle vroegte met een lezing van conservator Kristin Duysters over haar onderzoek naar de collectie Delfts blauw van Museum Arnhem, de collectie van verzamelaar W.F.K. Baron van Verschuer. Deze collectie bestaat uit 2800 stuks Oosters porselein en Delfts aardewerk. De baron heeft een zeer interessante collectie, zoals u al heeft kunnen lezen in VuV, en Kristin heeft onze interesse verder aangewakkerd door haar enthousiaste manier van vertellen. De verzameling is zeer divers en bied eenieder iets moois. Daarnaast is de weg die de verzameling heeft afgelegd ook erg intrigerend en Kristin heeft dan ook veel archief onderzoek gedaan naar de herkomst van veel van de stukken.

 

Na de lezing kon er nagediscussieerd worden onder het genot van een uitgebreide lunch in het museumcafé Bovenover. Heerlijke soep, belegde broodjes en een stukje warme quiche met uitzicht over de Nederrijn. Een deel van een excursie is het praten met gelijkgestemde en geïnteresseerden. Gepraat werd er dan ook volop tijdens de lunch. Ook nieuwe ideeën voor komende excursies werden geopperd dus houdt uw mailbox in de gaten!

 

Er was geen tijd om uit te buiken, want er stond nog een bezoek onder begeleiding op de agenda van de tentoonstelling. De opstelling bevindt zich in de orgelzaal van het gebouw. De reden dat de tentoonstelling zich in het deel van het museum bevindt, tezamen met de moderne kunst, is omdat het gebouw waar het museum in is gevestigd de oude Buitensociëteit is. Hier heeft in vroeger jaren de collectie van baron van Verschuer ook opgesteld gestaan. Op deze manier is de collectie weer terug op de plek waar het ooit voor het eerst is opgesteld. De tentoonstelling is vrij klein, maar goed opgezet. Er is veel moois te zien en van alle onderdelen wordt iets getoond: oosters porselein, delfts blauw, borden, tafelwaar, polychroom, zwart, turkoois, miniaturen en rode steengoed theepotten. Enkele van mijn favorieten zijn het kakkende mannetje en kakkende vrouwtje en de miniatuurschoentjes. Maar ook de opstelling van de borden, hoog langs de wand, vond ik erg leuk gedaan.

 

Al met al was het een zeer geslaagde dag. Wij hopen dat alle deelnemers hebben genoten en kijken uit naar de volgende excursie. Gaat u dan ook mee?

 

 Kijk voor een fotoverslag van deze excursie onder 'Fotoreportages'


Anna en Anniek

Lees meer

image004.png

Keramiekstad - Maastricht en de aardewerkindustrie

In 2015 sloot eigenaar Geberit het verkoopkantoor van Sphinx in Maastricht, reden voor Ad Knotter van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg, om een boek te doen verschijnen over de geschiedenis van deze voor Maastricht zo bepalende industrie. Dit boek, getiteld Keramiekstad, bevat artikelen die al eerder zijn gepubliceerd, voor een belangrijk deel in het jaarboek van het Centrum, de Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg.

 

Maastricht kent een mooie keramiektraditie; iedereen kent de prachtige potten, vazen en schalen van Regout, Sphinx, Societé Ceramique en Mosa. Heel Nederland kent het sanitair dat al sinds decennia bij Sphinx gemaakt wordt. De keramiektraditie in Maastricht heeft echter ook een belangijke sociale component. Als een van de belangrijkste werkgevers, drukten de keramiekfabrieken een zwaar stempel op de sociale geschiedenis van de streek.

 

In het boek Keramiekstad – Maastricht en de aardewerkindustrie in de negentiende en twintigste eeuw staat niet de keramiek zelf centraal, maar alle factoren daaromheen: de sociale, historische en gebiedsontwikkeling, productiewijzen et cetera. De onderwerpen zijn zeer verschillend en juist daardoor geeft het boek een breed beeld van de aardewerkindustrie in de negentiende eeuw.

 

Alle bijdrages zijn stuk voor stuk van hoge kwaliteit. De auteurs zijn dan ook alle op wetenschappelijk niveau met hun onderwerp bezig (geweest), tegelijkertijd zijn de stukken goed leesbaar.

 

Eric van Royen trapt af met het hoofdstuk over ‘De ondernemersfamilie Regout in de negentiende eeuw’, een zeer interessante bijdrage die de ontwikkeling van de industrie laat zien en de rollen die de verschillende familieleden hierbij speelden. Duidelijk wordt hier – en verder op in het boek – dat er een groot verschil was tussen oprichter Petrus Regout, een echt paternalistische ondernemer, en zijn zonen, die puur handelden uit winstbejag. De zeer negatieve reputatie die de familie uiteindelijk kreeg, betrof echter zowel de vader als de zoons.

Sylvia Kruisinga beschrijft aan de hand van verschillende historische documenten de ontwikkeling van het fabrieksterrein, dat zich in de loop van de tijd sterk uitbreidde en moderniseerde. |Zij geeft tegelijkertijd een goed beeld van hoe de productie en techniek zich ontwikkelden.

Gertjan de Groot beschrijft uitgebreid hoe de werkverdeling tussen mannen en vrouwen vorm kreeg in de verschillende onderdelen van het productieproces en zich ontwikkelde door de tijd heen.

In De techniek van het versieren: het decoreren van aardewerk bij Regout/Sphinx en Société Céramique laat Serge Langeweg zien hoe de techniek van het decoreren zich ontwikkelde; hij beschrijft het productieproces en de verschillende mogelijkheden van decoreren in de verschillende periodes. Het handschilderen werd in de loop der tijd steeds meer vervangen door drukdecors, decalcomania, sjabloneren en spuiten en het werken met zeefdruk of silkscreen.

Een meer historisch-sociologische aanpak volgt Thijs van Vugt in zijn artikel In en uit het Boschstraatkwartier. Mobiliteit en levensloop van twee families uit een Maastrichtse arbeiderswijk in vijf generaties (ca 1770 – ca 1940). Hij laat zien dat de fabriek weliswaar een belangrijke rol speelde voor deze families in deze periode, maar dat het zeker niet de enige plek was waar zij werk vonden.

Wim Mes beschrijft in De aardewerkfabriek van Frederik Regout, 1891-1896, de poging van een kleinzoon van stichter Petrus Regout om een eigen fabriek op te richten. Hij werd door zijn eigen familie ernstig tegengewerkt en uiteindelijk werd de fabriek overgenomen door de firma P. Regout & Co. Het lukte hem daarna niet meer om aansluiting te vinden bij de familie en weer een rol te krijgen in de aardewerkindustrie van P. Regout.

Aan de hand van prachtige foto’s, bij toeval gevonden in een kist, beschrijft Max Wijnen in zijn bijdrage de glasfabricage bij Sphinx omstreeks 1920.

Vlak voor de Eerste Wereldoorlog, telde de aardewerkindustrie in Maastricht haar grootste aantal werknemers. Om verschillende redenen loopt de werkgelegenheid in deze industrie de daarop volgende decennia sterk terug. Casper Cillekens beschrijft deze ontwikkeling en de verschillende factoren die dit beïnvloed hebben, zoals de trek naar de mijnen.

Een bijzonder hoofdstuk is Hermann Salmang (1890-1961) en de introductie van wetenschappelijk onderzoek bij Sphinx. Lucas Cornips en Ernst Homburg beschrijven hierin de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek en de betekenis die dit heeft gehad voor de ontwikkeling van de aardewerkindustrie in Maastricht.

In het laatste hoofdstuk onderzoekt redacteur Ad Knotter, hoe het komt dat de naam Regout en het bedrijf Sphinx zo’n sterk symbolische lading hebben gekregen en steeds hebben behouden. Al doende beschrijft hij de sociale geschiedenis van Regout en de Sphinx.

 

Al met al is Keramiekstad een zeer lezenswaardig boek, dat een bepaalde periode, plaats en industrie laat herleven. Daarnaast is het boek ook nog eens prachtig geïllustreerd met foto’s en afbeeldingen van decoraties van het aardewerk van Regout en Spinx.

 

 

Door Ad Knotter (red.)

320 pag.

17 x 24 cm

Circa 150 afbeeldingen in kleur en zwart wit

Paperback

ISBN 978 94 625 8129 6

€ 22,50

Te verkrijgen in de boekhandel, of via de uitgever WBOOKS

lees meer

Harm Kamerlingh Onnes, 1931, Glas-in-lood raam met flessen.jpg

Het Nationaal Glasmuseum koopt unieke collectie glas-in-lood ramen

Het Nationaal Glasmuseum heeft een unieke collectie glas-in-lood ramen aangekocht uit de nalatenschap van Hugo Tutein Nolthenius. Het gaat om zes ramen, ontworpen door Johan Thorn Prikker (1868-1932) en Harm Kamerlingh Onnes (1893-1985). Vanaf 2 april zijn de ramen in het museum te zien. Alle ramen zijn afkomstig uit het woonhuis (Nieuwe Plantage 48, Delft) van Hugo Tutein Notlhenius (1863-1944), de voormalige directeur van de Fransch-Hollandsche Oliefabrieken Calvé-Delft N.V. te Delft en tevens een groot kunstverzamelaar. Voor zijn verzameling (met onder meer werken van Isaac Israëls en Vincent van Gogh) werd hij geadviseerd door ‘kunstpaus’ H.P. Bremmer.

 

Kamerlingh Onnes was via moederskant een volle neef van Tutein Nolthenius en verkreeg zo zijn eigen ramen weer in zijn bezit plus het raam van Thorn Prikker uit de nalatenschap van Tutein Nolthenius. Door de aankoop van de gehele collectie glas-in-lood blijft de samenhang te zien die Tutein Nolthenius beoogde voor zijn woonhuis.

 

De aankoop is mogelijk gemaakt door de steun van Vereniging Rembrandt mede dankzij haar Themafonds Glas, het VSBfonds, de Vereniging Vrienden van Modern Glas, stichting Strand Links, het Prins Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland en enkele particuliere donateurs.

 

Het Nationaal Glasmuseum laat glas in al zijn verschijningsvormen zien aan een breed publiek. Door de achtergrond van het Glasmuseum (ontstaan vanuit de Glasfabriek Leerdam) is er in het verleden weinig aandacht besteed aan andere soorten glaskunst dan het geblazen glas. Met deze collectie brengt het museum daar nu verandering in.

 

Samen met het glas-in-lood en het vlakglas uit de collectie van het Glasmuseum zullen deze ramen in een permanente opstelling getoond worden. De collectie van het museum is door het Transparant Depot altijd voor de bezoekers te zien. Het glas-in-lood krijgt een eigen plek in dit depot, met een eigen achtergrondverhaal. Door de combinatie met geblazen glas uit dezelfde periode zal het museum een vollediger verhaal vertellen over het medium glas.

 

Door deze ramen te tonen met het glas-in-lood van A.D. Copier (1901-1991), Theo van Doesburg (1883-1931) en Vilmos Husnar (1884-1960) krijgt het publiek een overzicht van de brede toepassingen van glas-in-lood in deze periode (1920-1930).

 

Lees meer

Nu uit: nummer 233

 

Cover VUV 233 kopie-1.jpg

 

Faience serviezen uit Arnhem

Van 1907 tot 1934 was de Arnhemsche Fayencefabriek een van de belangrijke Nederlandse producenten van moderne keramiek. Behalve sieraardewerk werd ook veel gebruiksaardewerk, met name serviesgoed, gemaakt. In dit artikel van verzamelaar Benno Steenaert wordt uitgebreid de historie en typologie van de Arnhemse serviezen toegelicht.

Schertsen of sprenkelen

In dit artikel van archeologe Mieke Tolboom wordt een opmerkelijke fles uit de Gentse bodem besproken.  In 2013 is op een terrein langs de Sint-Michielsstraat in Gent een opgraving uitgevoerd, waarbij bewoningssporen, huizen, afvalputten en -bakken zijn aangetroffen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Uit één van de zeventiende-eeuwse afvalbakken is een fles met een unieke vorm afkomstig. Deze fles wordt in dit artikel nader besproken.

Perzisch porselein

In het uitgebreide artikel 'Keramiekvondsten uit Enkhuizen als spiegel van de materiële cultuur in een globaliserende wereld' van Sebastiaan Ostkamp, Dieuwertje Duijn en Christiaan Schrickx wordt ingegaan op de opgravingen in Enkhuizen waarbij talloze scherven van importaardewerk uit de late zestiende en de zeventiende eeuw zijn aangetroffen. Hieronder zijn scherven van vier kommen van Perzische fritware. Het zijn de eerste vondsten van deze keramieksoort uit de Nederlandse bodem die als zodanig zijn herkend 

Prijs voor Johan van Loon

15 oktober 2016 ontving Johan van Loon in Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden de Van Achterbergh-Domhof Prijs 2016. Deze prijs wordt toegekend aan een persoon of instelling die van bijzondere betekenis is voor de ontwikkeling van de hedendaagse keramische kunsten in Nederland. Een interview met de winnaar.

Een fallusbeker uit Sluis

In het Princessehof in Leeuwarden is tot 9 juli van dit jaar de tentoonstelling Sexy Ceramics te zien. Dat  laat veertiende- of vroeg vijftiende-eeuwse voorwerpen van de tentoonstelling  niet op zichzelf staan, bewijst een recentelijk in Sluis (Zeeuws Vlaanderen) opgegraven fallusbeker uit hetzelfde tijdvak.

Inhoud/lid worden

© Vormen uit vuur