Nederlandse vereniging van vrienden van ceramiek en glas
nederlandsenglish
 

Hans de Jong overleden

In memoriam Hans de Jong (1932-2011) Op vrijdag 11 maart 2011 is de keramist Hans de Jong overleden op 78-jarige leeftijd. De Jong is bekend geworden met zijn figuratieve plastieken, die vaak speels en humoristisch van aard zijn. Hij was een van de unicakeramisten in de naoorlogse periode die afstapten van de traditioneel gedraaide vaas en gingen experimenteren met nieuwe technieken en materialen. Voor het themanummer van Vormen uit Vuur over de naoorlogse keramiek werd De Jong, als een van de hoofdpersonen uit die periode, in 2008 geïnterviewd. Tijdens dit interview en ook in de latere contacten kwam hij naar voren als een aimabel en bescheiden mens die zeer gepassioneerd over keramiek kon vertellen.
Hans de Jong werd in 1932 geboren in Leiden als zoon van een internist. Al op jonge leeftijd raakte hij geïnteresseerd in keramiek. Bij de pottenbakker Gerrit de Blanken (1894-1961), een patiënt van zijn vader, mocht hij als zestienjarige jongen in diens atelier een serie vaasjes draaien. Na een opleiding keramiek aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (de tegenwoordige Gerrit Rietveld Academie) in Amsterdam ging hij aan de slag bij een tegelhandel, waar hij meewerkte aan tegeltableaus en glasmozaïeken. In 1960 kwam hij voor twee dagen in de week te werken bij de Faïence- en Tegelfabriek Westraven in Utrecht als ontwerper en uitvoerder van siertegels en wandreliëfs.
Daarnaast werkte De Jong in zijn eigen atelier aan het Rokin in Amsterdam. In de eerste periode maakte hij hier, naast enkele handgeknede potten, vooral geboetseerde vrije vormen en plastieken van fantasiewezens. Hij maakte hierbij gebruik van decoratietechnieken zoals inkerven en stempelen. Al vroeg was er belangstelling voor zijn werk. De bekende verzamelaar J.W.N. van Achterbergh kocht een groot aantal plastieken aan voor zijn collectie. Ook was De Jong’s werk te zien op de belangrijke tentoonstelling 6 Amsterdamse Pottenbakkers in 1962 in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
Kenmerkend voor De Jong’s oeuvre is de verscheidenheid van zijn werk. Naast plastieken van dier- en mensfiguren maakte hij in de jaren zestig wandreliëfs en wanddecoraties, die werden opgebouwd uit losse elementen. Een terugkerend thema in het werk van De Jong was de groeikracht van vruchten en planten. Zijn werken kregen titels mee als Notre Dame des Fleurs en King Lear. De Jong zei hier zelf over: ‘De titels van mijn werk zijn vaak ontleend aan de literatuur zonder dat het daar een illustratie met voorbedachte rade van wil zijn.’ Rond 1970 werd zijn werk strakker van vorm en paste hij decoratie spaarzamer toe. Vanaf circa 1977 maakte hij alleen nog potplastieken en schalen. De toegepaste decoratie was sober: slechts enige ingekerfde banden die de vorm van het object omvatten. Later stopte hij helemaal met het toepassen van grafische decoraties en richtte hij zich op de kleur als decoratief element. Op het witte tinglazuren fond van de kommen en schalen paste hij kleurblokken en banen toe in subtiele, transparante tinten. De inspiratie hiervoor haalde De Jong uit het omringende landschap in de Beemster, waar hij in 1973 was gaan wonen. Tussen 1974 en 1982 was hij werkzaam als docent aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam, maar hij bleef ook zelf keramiek maken. Vanaf 1990 werkte hij in zijn atelier in Rheden in Gelderland onder meer aan een serie figuratieve plastieken geïnspireerd op de literatuur, tot hij in 2003 definitief stopte. Zijn laatste grote tentoonstelling vond plaats in 2002 bij Galerie Terra in Delft. De Jong’s werk is vertegenwoordigd in de collecties van verschillende musea waaronder Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en het Gemeentemuseum Den Haag.