Home

duo-679x286.jpgNieuwe expositie bij Loes & Reinier in Deventer

Tot en met 28 juli is bij Loes & Reinier International Ceramics in Deventer werk te zien van Martin Mindermann en Chanyeon Cho.

 

Martin Mindermann(1960, Bremen) werkt al dertig jaar in de keramiekspecialisatie Raku-stook, in bekwaamheid en uitdrukking heeft hij in deze techniek nieuwe maatstaven gezet. In de historische techniek van het Raku worden de objecten gloeiend uit de oven genomen, in stro of spaanders gelegd waarna het in een hernieuwd vuur: de rookbrand, zijn uiteindelijke karakter krijgt. Een karakter dat zich pas openbaart als het object schoongemaakt van overtollig roet het spectaculaire mysterie prijsgeeft. De wisselende temperatuurschokken veroorzaken glazuurbarsten, het zogenaamde craquelé, deels door toeval deels door de kunstenaar gecontroleerd, dit is als het ware zijn beeldtaal. Craquelé, kleuring en vorm spelen in een afwisselende esthetische interactie en creëren zo een uniek object. Volume en vorm worden vaak geënsceneerd met gedecoreerde vlakken. In het actuele werk brengt hij patronen en markante visuele structuren aan. Het zijn contemplatieve vormen of reeksen vormen die hij terloops ontdekt en bestudeert. Florale objecten, zoals zaaddozen, figuratieve contouren, reflecties, zelfs patronen op parkeerplaatsen of een tafellaken vertaalt hij door middel van fotografie en tekening naar het glazuur. Zo ontstaat een complexe esthetische creatie die in het virtuoze samenspel der verschillende lagen en plaatsing werkt als schildering. Martin Mindermann is in staat de inherente contemplatie van zijn ideeën en studies op overtuigende wijze over te brengen. Men kan nauwelijks ontsnappen aan de intensiteit en de uitstraling van zijn werk en bereikt als beschouwer dan ook heel eenvoudig een kalm diepzinnig inzicht. Martin Mindermann exposeerde al eens eerder bij Loes & Reinier, namelijk in 2002 in een groepstentoonstelling met raku als thema.

 

De Koreaanse keramiste Chanyeon Cho volgde haar opleiding in keramiek in Korea, zij behaalde haar Bachelor diploma in Keramiek en Kunstgeschiedenis in 2002 en haar Master diploma in Kunst en Keramische Plastiek in 2004, beide aan de EWHA Womans  University in Seoul. In Duitsland voltooide zij daarna een opleiding aan de Muthesius Kunsthochschule in Kiel 2006-2009. Vanaf 2012 exposeert zij. Wat in haar werk opvalt is de doeltreffende eenvoud van de decoraties die zij aanbrengt op sober uitgevoerde steengoed gebruiksvoorwerpen zoals kommen en schalen, dozen, thee- en koffieserviezen. De eenvoud van haar vormen in combinatie met het door haar toegepaste glazuur doen al snel denken aan een bijna Skandinavische esthetiek. Zelf zegt zij in een statement over haar werk: “eenvoud karakteriseert mijn manier van werken, de essentie van mijn keramiek is het resultaat van de interactie tussen vorm, kleur en de textuur van de klei. Harmonieuze vorm en bruikbaarheid in een intuïtief proces.”

 

Meer informatie

www.loes-reinier.com

 

Lees meer

Hans van Bentem Girl 2015jpg.jpgThe Attic van Hans van Bentem in Oss

In Museum Jan Cunen in Oss is tot en met 16 september 2018 de tentoonstelling The Attic van Hans van Bentem te zien.  “Door mijn eigen werk gaan, is als struinen op een rommelzolder,” aldus Hans van Bentem (Den Haag 1965). Een zolder is een wereldje op zich, waar je van alles kunt aantreffen en ontdekken. Spullen waarvan je niet meer wist dat je ze had – speelgoed, oude knuffels, schoenen, een etalagepop – brengen herinneringen naar boven. Ze nodigen uit om te wroeten in het geheugen, je eigen bovenkamer.

Op de zolder van Museum Jan Cunen treffen we bustes aan. Een dictator, een pierrot, een dragqueen. Het zijn zelfportretten van Hans van Bentem, die zich in uiteenlopende uitdossingen aan ons presenteert. Zijn het personages die hij zou willen zijn, al was het maar voor een dag? Kijken we naar verschillende kanten van zijn persoonlijkheid, waarvan we met elk nieuw zelfportret een completer beeld krijgen? Of zijn het portretten van ons allemaal, uitvergroot tot karikatuur? Op zolder wordt de fantasie geprikkeld, hier spreekt de verbeelding.

Aan een balk hangt een skelet. Een hand van Mickey Mouse, een gebloemde schedel en een voet met roodgelakte nagels zijn opgestapeld tot assemblages of totempalen. Hans van Bentem associeert er visueel op los. “Ik kijk om me heen als een kind in een snoepwinkel en pluk overal wat weg.” Die verwondering en onbevangenheid klinken door in een intuïtief werkproces. Het resultaat is een directe, ogenschijnlijk speelse beeldtaal, waarin elementen uit de popcultuur, strips en niet-Westerse kunst samenkomen.

Achter de veelheid aan vormen, kleuren en motieven gaat vakmanschap schuil; in de uitvoering van zijn sculpturen streeft Van Bentem perfectie na. Hij werkt met de beste ambachtslieden in China, Tsjechië en Senegal om tot onberispelijke beelden van porselein, keramiek, glas en hout te komen. Dat zorgt voor een spannende balans: zo krachtig als de beeldtaal is, zo kwetsbaar is het materiaal.

Hans van Bentem – The Attic is tot stand gekomen met dank aan Majke Hüsstege Projects.

 

Meer informatie

www.museumjancunen.nl

 

Lees meer

 

princessehofkarinmadeinholland23april52422.jpg

Tentoonstelling Made in Holland 400 jaar wereldmerk

Met Made in Holland: 400 jaar wereldmerk presenteert het Princessehof een spraakmakende tentoonstelling over vier Nederlandse succesverhalen: Delfts blauw, Maastrichts aardewerk, art-nouveaukeramiek en Dutch Design. Aan de hand van imposante bloempiramides, kleurrijk boerenbont, populair Gouds plateel en de eigenwijze ontwerpen van designers als Maarten Baas ontdekt u hoe Nederland een wereldspeler is geworden op het gebied van keramiek. De tentoonstelling is tot en met 30 juni 2019 te zien. 

 

Iedereen kent Dutch Design wel, dat ook buiten Nederland geweldig populair is. Dit fenomeen staat in een lange traditie. Van Delfts blauw tot art nouveau, Nederlandse makers weten al eeuwenlang prachtige keramiek te vervaardigen en hier vervolgens wereldwijd succes mee te hebben. De tentoonstelling bevat niet alleen de mooiste voorwerpen, maar vertelt ook hoe Nederlandse fabrikanten buitenlandse invloeden aanwendden voor eigen succes.

 

Delft
Rond 1600 introduceerde de VOC Chinees porselein in Nederland. Binnen de kortste keren werden deze kostbare schotels en kommen razend populair. Hollandse fabrikanten imiteerden dit in beschilderd aardewerk. Veel van deze fabrieken waren in Delft gevestigd, vandaar de naam: Delfts blauw. De kwaliteit van het aardewerk was zo hoog dat het volop werd geëxporteerd naar de rest van Europa. De Engelse koningin Mary Stuart was er dol op. De tentoonstelling bevat spectaculaire bloemenhouders, sierlijke terrines en complete kaststellen. Ook beschilderde tegels werden op grote schaal geëxporteerd. Zoals een indrukwekkend tegeltableau, bestaande uit maar liefst 585 tegels.

 

Maastricht
De Maastrichtse rasondernemer Petrus Regout groeide in de 19e eeuw uit tot de eerste grootindustrieel van Nederland. Hij is de ‘Godfather’ van het bont bedrukte aardewerk en van het boerenbont, maar bedacht dit niet zelf. Vanuit Engeland liet hij materiaal, personeel en machines overkomen. Zo kon hij op grote schaal het zo bekende aardewerk maken. Bezoekers vinden in de tentoonstelling de Engelse voorbeelden, het populaire Maastrichtse aardewerk zelf, maar ook de aanpassingen die Regout deed in de modellen en decors om de Japanse en de islamitische markt te veroveren.

 

Art nouveau
Op de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs stal het eierschaalporselein van Rozenburg de show. De Haagse fabrikant introduceerde daar een porselein dat zo dun was dat het licht doorliet. Bovendien waren de sierlijke flacons, vazen en serviesgoed fraai gedecoreerd met tekeningen van bloemen en dieren in een stijl die toen sterk opkwam. Vanaf 1915 wist Plateelbakkerij Zuid-Holland (PZH) de Amerikaanse markt te veroveren met Gouda Pottery. Vazen, borden, klokken, kandelaars en klompen tonen de kenmerkende matte glazuurlaag en de door Perzische keramiek en Grieks-Cypriotisch aardewerk geïnspireerde motieven.

 

Dutch Design
Aan het eind van het vorige millennium wisten Nederlandse ontwerpers wederom wereldwijd opzien te baren. Dit keer met Dutch Design, dat staat voor minimalisme, onconventionele oplossingen en een gevoel voor humor. Een theepot in de vorm van een schedel en een gigantische vaas voor een kleine plant laten deze speelse opvatting zien. Hedendaagse bloempiramides verraden dat er ook goed gekeken wordt naar de eeuwenoude traditie van het Delfts blauw. Recentelijk combineren designers oude ambachten met de nieuwste technologieën. Zo wordt keramiek bewerkt met een gasbrander of zelfs geprint.


Keramiekmuseum Princessehof
Grote Kerkstraat 9
8911 DZ Leeuwarden
T +31(0)58 2 948 958
info@princessehof.nl

Website Keramiekmuseum Princessehof

Di t/m zo geopend van 11.00 -17.00
Maandag gesloten

 

Lees meer

TM01_08447_1_X.jpg‘Kijck, de takels en de touwen’ in Otterlo

Van 9 juni t/m 30 september 2018 is in het Nederlands Tegelmuseum een tentoonstelling te zien over tegels met thema’s rond ‘varen’ in de brede zin van het woord.

 

Nederland noemt zich al eeuwen een zeevarende natie, in handel, visserij en oorlog. En binnenlands is de rol van de scheepvaart op rivieren en kanalen ook niet weg te denken. Geen wonder dat schepen, met alle daaraan hangende ‘takels en touwen’, de varende bemanning en de scheepsbouw ook op wandtegels in een ongelooflijke variatie zijn afgebeeld.

 

De oudste voorbeelden dateren van rond 1600, en halverwege de zeventiende eeuw komen al hele series in productie, vooral in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Harlingen. Die populariteit neemt in de twintigste eeuw zelfs opnieuw toe. Recent is voor de Cuyperspassage onder het Centraal Station van Amsterdam over een lengte van meer dan 100 meter een tegelwand gemaakt, gebaseerd op een tableau van de achttiende eeuwse Rotterdamse tegelschilder Cornelis Boumeester.

 

Je kan gerust zeggen dat varen en belangstelling voor varen sinds mensenheugenis gebakken zit in de genen van de Nederlander.

 

In de expositie wordt voor het eerst een monumentaal tegeltableau van Friese makelij gepresenteerd, dat bij toeval in Engeland is teruggevonden. De expositie gaat in op thema’s als haring- en walvisvaart; scheepstypen en scheepsbouw, tuigage en scheepssier; handelsroutes en wat werd gebracht en gehaald; zeewezens, bijgeloof en symboliek.

 

De expositie valt samen met de nieuwste tweetalige publicatie van Jan Pluis met de titel Schepentegels, Amsterdam - Harlingen - Makkum 1660-1980
(Primavera Pers Leiden).

 

Meer informatie

www.nederlandstegelmuseum.nl

 

 

Lees meer

Geert-Lap-vazen-en-schalen-1984-----1988-collectie-Benno-Premsela-----schenking-Els-en-Caspar-Broeksma-.jpgShow Yourself in Design Museum Den Bosch

Design Museum Den Bosch (voorheen Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch) toont vanaf 16 juni de verzamelingen van Benno Premsela en Yvònne Joris. Het museum heeft deze onlangs met twee belangrijke en omvangrijke particuliere schenkingen verworven. Vorig jaar ontving het museum de collectie keramiek van vormgever en binnenhuisarchitect Benno Premsela (1920 - 1997), bestaande uit 262 vazen, schalen en kommen, waaronder belangrijk werk van Geert Lap en Jan van der Vaart. Een tweede schenking bestaat uit ruim 250 sieraden van voormalig directeur Yvònne Joris (1950 - 2013). Beide schenkingen, met werk van circa honderdvijftig vormgevers, keramisten en sieradenmakers, vormen een belangrijke aanvulling op de collectie van het museum.

Benno Premsela en Yvònne Joris waren in hun tijd twee toonaangevende verzamelaars en publieke persoonlijkheden. Hun persoonlijke visie op vormgeving gaven zij ook vorm in hun privéverzamelingen. Dit maakt deze schenkingen extra interessant voor het museum en is reden dat met Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch de twee verzamelingen compleet aan de collectie heeft toegevoegd. Beide verzamelingen zijn geschonken door de erven Premsela/Broeksma en Joris.

 

Verzamelpassie én zendingsdrang

Zowel Benno Premsela als Yvònne Joris hebben hun invloed doen gelden op het gebied van de toegepaste kunst en vormgeving. Ze behoorden tot verschillende generaties, en hadden verschillende smaakopvattingen, maar toch hadden ze veel gemeen. Zowel Premsela als Joris waren verzamelaars voor wie het persoonlijke en het professionele samenviel; er bestond voor beiden dan ook geen scheiding tussen werk en privé. Benno Premsela presenteerde zijn keramiek thuis, waar hij en zijn partner Friso Broeksma vele gasten ontving om ze te confronteren met steeds veranderende opstellingen van zijn verzameling.

Yvònne Joris droeg letterlijk haar liefde voor het eigentijdse sieraad uit. Beiden zetten hun collecties in om hun boodschap te verkondingen: gelijke waardering voor vormgeving en toegepaste kunsten naast andere beeldende kunstvormen. Deze boodschap is nog altijd actueel.

De twee verzamelingen passen buitengewoon goed binnen het museale beleid en de collectie. De koerswijziging richting design onder directeur Timo de Rijk resulteert per 1 juni in de nieuwe naam: Design Museum Den Bosch. Het feit dat de verzamelingen afkomstig zijn van personen die zo belangrijk zijn geweest voor de Nederlandse vormgeving (Premsela) en het museum (Joris), en bovendien van uitgesproken voorvechters van de toegepaste kunsten, onderstreept de missie en visie van het vernieuwde museum des te krachtiger: de impact van vormgeving op onze maatschappij tonen.


Benno Premsela

De 262 keramische objecten uit de nalatenschap van Benno Premsela werden geschonken door Els en Caspar Broeksma, de erven van Premsela’s partner Friso Broeksma. Benno Premsela was als vormgever en binnenhuisarchitect een hartstochtelijk pleitbezorger van ‘goed wonen’ en een centrale figuur in de naoorlogse Nederlandse kunstwereld. Daarnaast was hij als voorzitter van het COC ook een bekende voorvechter van homo-emancipatie. Zijn collecties beeldende en toegepaste kunst waren onderdeel van de consequente wijze waarop hij zijn moderne, geëmancipeerde levensstijl uitdroeg. Een belangrijke boodschap hierbij was zijn pleidooi voor de opheffing van de scheiding tussen vrije en gebonden kunsten. Dit blijkt in Premsela’s verzameling keramiek onder meer uit het feit dat hij zich nadrukkelijk op de moderne (container)vorm toelegde. Ingetogen van kleur en vorm verzamelde (en ontwierp) Premsela vooral producten met een wat ingehouden karakter. Hij meende dat er al genoeg ‘lawaai’ in de wereld was.


Yvònne Joris

Als directeur van Museum Het Kruithuis en het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch (1987- 2009), was Yvònne Joris even eigenzinnig als het accent grave op haar voornaam doet vermoeden. Met haar eigenzinnigheid en verzameldrift wist ze het relatief kleine museum te verrijken met een uitzonderlijke collectie kunstenaarskeramiek en auteurssieraden van internationale allure. Vanaf het begin van haar directeurschap zette zij de toegepaste kunsten centraal naast een tentoonstellingsbeleid waarin vernieuwende vormgeving een rode draad vormde.

Yvònne Joris droeg haar persoonlijke overtuiging ook zichtbaar uit. Elegant, extravagant met hoeden en sieraden getooid, stond ze letterlijk voor datgene waarin ze geloofde.
Haar eigen sieradencollectie weerspiegelt dit beeld; naast werk van toonaangevende, internationale makers (die we ook in de museale collectie aantreffen) is bijvoorbeeld ook ‘costume jewellery’ ruim vertegenwoordigd.


Geschiedenis museum

De schenking van de collectie Joris, gekoppeld aan de koerswijziging van het museum, vormt aanleiding de eigen geschiedenis nader te onderzoeken. Naast de vele opzienbarende en soms baanbrekende tentoonstellingen en aankopen uit de ‘periode Joris’ is er speciaal aandacht voor de langdurige en roerige zoektocht naar een passende locatie voor nieuwbouw van het museum. Ontwerptekeningen en maquettes van heel vroege plannen van Gerrit Rietveld tot het bijna gerealiseerde citadelplan van Bořek Šípek zullen voor het eerst in lange tijd weer te zien zijn. Deze kleine presentatie wil de ontwikkeling en de prestaties van het museum in de afgelopen zes decennia niet slechts belichten, maar ook aantonen dat design altijd onderdeel van het institutionele DNA is geweest.


Publicatie

Bij de tentoonstelling verschijnt een (dubbelbandige) publicatie gewijd aan deze schenkingen. Auteur Titus Eliëns vervlecht daarin het verhaal van Yvònne Joris’ tijd bij het museum nadrukkelijk met de geschiedenis van de instelling zelf. Conservator Fredric Baas beschrijft hoe Benno Premsela’s opvattingen over kunst en vormgeving zijn te traceren in de geschonken keramiekcollectie.

Vanaf 1 juni heeft het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch een nieuwe naam: Design Museum Den Bosch

 

Foto: Geert-Lap-vazen-en-schalen-1984 -1988-collectie-Benno-Premsela - schenking-Els-en-Caspar-Broeksma.

 

Meer informatie

www.designmuseum.nl

Lees meer

Sichting_Ricardis_Delft_Fotografie_Marco_Zwinkels_KLEIN.jpg10 juni: Symposium De wereld van art nouveau

De art nouveau, oftewel ‘nieuwe kunst’ spreekt het hedendaagse publiek nog steeds aan. In de Nederlandse musea, maar ook op veilingen, kunstbeurzen en bij mensen thuis zijn vele objecten uit deze periode te vinden. In 2018 organiseren verschillende musea in Nederland tentoonstellingen op het gebied van de art nouveau. Een mooie gelegenheid voor Museum Prinsenhof Delft om het initiatief te nemen en de brede kijk op deze belangrijke kunststroming in Nederland te delen via een symposium op ‘World Art Nouveau Day’.

 

Aanleiding

Sinds 30 maart 2018 is in Museum Prinsenhof Delft de tentoonstelling Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft. Kunst, kennis en industrie te zien. De tentoonstelling gaat over kunstnijverheid uit de periode 1880 – 1940, een tijdvak dat begon met de internationale art-nouveaubeweging. Het accent ligt op de ontwikkeling van de kunsten in Delft, die een impuls kregen vanuit de plaatselijke industrie en het onderwijs op de Polytechnische School (tegenwoordig TU Delft).

 

Thema 1: Art Nouveau in het museum

Op dit moment zijn er in Nederland diverse musea die aandacht besteden aan de Art Nouveau door middel van tentoonstellingen of (vernieuwde) vaste presentaties. Toeval, of is er sprake van een hernieuwde interesse in deze periode? Welke nieuwe inzichten hebben deze tentoonstellingen opgeleverd?

- David de Haan, conservator kunstcollecties Museum Prinsenhof Delft

- Jan de Bruijn, conservator Gemeentemuseum Den Haag

 

Thema 2: Art Nouveau als handel- en verzamelobject

Kunst uit de periode van de art nouveau is nog altijd een geliefd verzamelobject. Wat is hierbij de visie op de markt? Welk type verzamelaars zijn er? En kunnen we spreken over bepaalde trends? In dit blok worden best practices van beurzen, speciale veilingen en online verkoop besproken. Maar naast de commerciële visie wordt ook de passie van het verzamelen van dit erfgoed besproken.

- Marcel Brouwer (Taxateur 20ste-eeuwse toegepaste Kunst en design, Vendu Notarishuis, Rotterdam)

- Issabella van Baaren (Issabella-Interiors)

 

Thema 3: Art Nouveau als (levend) erfgoed

De art nouveau betreft niet alleen kunstvoorwerpen in musea, kunsthandels en woonhuizen, maar is ook zeer belangrijk geweest in de architectuur. Hoe zichtbaar is de nieuwe kunst in Nederland? En welke rol speelt de kunststroming vandaag de dag nog bij het algemeen publiek? Verschillende instellingen en verenigingen geven eigentijdse voorbeelden waarmee zij de aandacht voor kunst rond 1900 levendig houden.

- Twan van Rooij (senior projectmedewerker Raap)

- Eddy Engelsman (voorzitter Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900)

- Valentijn Carbo (Onderzoeker Museumhuizen, Vereniging Hendrick de Keyser)

 

Meer informatie

Wanneer: Zondag 10 juni

Tijd: 13.00-18.00 uur

Waar: Museum Prinsenhof Delft, Van der Mandelezaal

Kosten: €15,-

Kaarten zijn vanaf 25 mei verkrijgbaar bij de balie van het museum

Aanmelden: aanmelding-prinsenhof@delft.nl o.v.v. ‘symposium 10 juni’

 

 

 

Lees meer

b143e904-4918-47e1-87ed-6a2272621662-356x500.jpg

VVAK Lustrum Symposium ‘Collecting Asian Art in the Western World – Past, Present and Future’

De VVAK is in juni 1918 opgericht door een groep liefhebbers kenners van Aziatische kunst met de intentie om de interesse in kunst uit Azië te stimuleren en kunstliefhebbers bijeen te brengen. Tien jaar later besloot het toenmalige bestuur een eigen museum op te richten, dat in 1932 haar deuren opende. Nu – 100 jaar na de oprichting – vormt de VVAK-collectie een substantieel deel van de Aziatische kunstcollectie in het Rijksmuseum en bestaat de Vereniging uit een grote groep betrokken en actieve leden.

 

Het bestuur van de VVAK nodigt u van harte uit voor het VVAK jubileumsymposium Collecting Asian Art in the Western World: Past, Present & Future op 23 juni a.s. in het Rijksmuseum. Dit symposium, een van de jubileumactiviteiten in 2018, is internationaal van opzet met sprekers uit Nederland, Europa en de Verenigde Staten. Het programma en het symposium zijn om die reden in het Engels.

 

We sluiten de symposiumdag af met een feestelijke jubileumreceptie in het Atrium van het Rijksmuseum. U bent hiervoor ook van harte uitgenodigd!

 

Datum en locatie

Datum: Zaterdag 23 juni 2018 van 9:30-19:30

Locatie: Auditorium Rijksmuseum Amsterdam

 

Registreren
Leden € 35, niet-leden € 80, studenten € 35,  inclusief koffie/ thee, lunch en receptie. Betaling en registratie gaat via de webshop op de VVAK-site of via de onderstaande link.

 

Koop nu uw ticket

 

U kunt het verschuldigde bedrag ook direct overmaken op de bankrekening van de VVAK , NL33INGB0000188285 ten name van de Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst en onder vermelding van uw naam en ‘symposium’. Graag verzoeken wij u dan ook een e-mail met uw gegevens te sturen aan info@vvak.nl.

 

 

Symposium


PRIVATE COLLECTIONS AND PUBLIC MUSEUMS

Private art collectors and their gifts are at the foundation of most European and American art museums.  This also applies to the field of Asian art, in the East as well as in the West. Especially from the late nineteenth century onwards connoisseurs have created outstanding collections, individually and collectively via societies. Most of the major collections of Asian art originally started as private initiatives and later developed into museums.

 

VVAK AND ITS 100TH ANNIVERSARY

The Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst (VVAK), or Asian Art Society in the Netherlands, was founded in 1918 as an entirely private initiative. The collection of the VVAK distinguishes itself from the collections of the various Dutch ethnographical museums by focusing on high quality art works only. The VVAK does not collect any form of export art made for the West. The growing collection was initially shown at the Stedelijk Museum in Amsterdam  before it was moved to the Rijksmuseum in 1952, where it has been on loan ever since. The vast majority of the art objects displayed in the Asian Pavilion of the Rijksmuseum is the property of the VVAK.

 

ASIAN ART SOCIETIES IN EUROPE AND AMERICA

One of the earliest examples of a collectors’ society is the Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen (Batavia Society for Arts and Science) in Batavia, now Jakarta, that was founded as early as 1778. Its collection is divided between the National Museum in Jakarta and the Museum Volkenkunde in Leiden. The English followed the Dutch with the foundation of the Oriental Ceramic Society in 1921, where after Germany founded the Gesellschaft für Ostasiatische Kunst in 1926 (East Asian Art Society). It was only after the Second World War that the first collections were initiated in the United States:  the Society for Asian Art in San Francisco and the Asia Society in New York City, both in 1958. They both resulted in the foundation of museums and their members collectively assembled excellent art objects to exhibit publicly.

 

EUROPEAN FOUNDERS OF ASIAN ART MUSEUMS

One of the first museums for Asian art in Europe was initiated by the French connoisseur Emile Guimet and was based on his interest for ancient religions. The collecting policy of the VVAK was strongly guided by its co-founder and first chairman, the banker Herman Karel Westendorp, who personally bought important pieces for the society’s collection in the countries of origin in the 1930’s. Shortly after 1945, the Rietberg Museum was founded on the vast collections of the German-Swiss banker Eduard von der Heydt.

 

COLLECTION POLICIES: PAST, PRESENT AND FUTURE

The history of collecting can be viewed through a variety of paradigms, as keynote speaker prof. John Guy argues. He will analyse historical, cultural, political and ethnic framing of collecting Asian art, both in private and public arenas. The heyday of collecting non-western art is over now. Today, the export and import of art from other continents is strictly regulated. The provenance of each object must be checked on the (legal) circumstances of its acquisition and origin. At the same time, museums reconsider ways to exhibit Asian art and heritage, protecting it while at the same time trying to attract a broader and younger audience.

 

Programme:


From 9.15   Welcome & Registration at the VVAK desk in the entrance hall of the Rijksmuseum

Coffee/tea in the Auditorium

 

10.00-10.15 Welcome by Taco Dibbits, Director General of the Rijksmuseum Amsterdam

Opening by Pieter Ariëns Kappers, Chair of VVAK, the Asian Art Society in the Netherlands

 

 

 

PART 1      MORNING PROGRAMME


Introduction to the programme by Lex Holst, Vice Chair of VVAK

 

10.15-10.50    ‘The highest of cultures’: motives of VVAK members for collecting Asian art- past & present

Dr. Renée Steenbergen, board member of VVAK, specialist in collecting history and arts philanthropy

 

 10.50-11.25    Collecting by the ‘Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen’(1778)

Prof. Marijke Klokke and dr. Francine Brinkgreve, respectively Professor of Art and Material Culture of South and Southeast Asia, Leiden University, and Curator for the Insular Southeast Asia collection, National Museum of World Cultures (a.o.Museum Volkenkunde Leiden and Tropenmuseum Amsterdam)

 

11.25-11.35    Dialogue: Reflections on collecting Asian art in the Netherlands, publicly and privately- past and present

Moderator: Lex Holst,Vice Chair of VVAK

 

11.35-12.00    Coffee/tea/water break

Abb.9-333x500.jpg 

 


12.00-12.35    Sparking Interest for the arts of East Asia. On the history of the East Asian Art Society in Berlin (1926-1955, re-established in 1990)

Dr. Herbert Butz, former Deputy Director and Curator of Chinese Archaeology and Chinese Applied Arts at the Museum of Asian Art, Staatliche Museen zu Berlin

 

12.35-13.10    Passion and Connoisseurship: Charles L. Freer (1854-1919) and Arthur M. Sackler (1913-1978) at the core of the American national collection of Asian Art

Prof. Jan Stuart, Melvin R. Seiden Curator of Chinese Art, Freer Gallery of Art and Sackler M. Sackler Gallery, SmithsonianInstitution, Washington D.C.

 

13.10-13.30    Dialogue: New perspectives on exhibiting Asian art in western museums

Moderator: Lex Holst, Vice Chair of VVAK

 

13.30-14.30    Lunch in Foyer

 

Possibility to visit the Asian Pavilion guided by curators Asian Art of Rijksmuseum

 

 Asher_Broadley-Collection-Plate-I-668x500.png

 

PART 2      AFTERNOON PROGRAMME


Moderator: Dr. Renée Steenbergen, board member of VVAK

 

14.30-15.05    Westendorp’s spectacles: the VVAK & collecting for the greater good

Menno Fitski, Head of Asian Art, Rijksmuseum Amsterdam

 

15.05-15.40    From «ars una» to the Museum Rietberg: Eduard von der Heydt and his legacy

Esther Tisa Francini, Lic. phil., Head of the Archives and the Provenance Research, Museum Rietberg, Zürich

 

15.40-16.05    Coffee/tea/water break

 

16.05-16.40    From Utopia to Museum: the birth of Emile Guimet’s Museum of Religions

Dr. Pierre Baptiste, Curator Southeast Asian Art, National Museum for Asian Art – Guimet, Paris

 

16.40-17.25    Keynote speech: Antiquarian collecting – Old World New Age

Prof. John Guy, Irving Curator of South and Southeast Asian Art, Metropolitan Museum of Art, New York

 

17.25-17.45    Discussion with afternoon speakers:

 

The future of collecting Asian art in the Western World

Moderator: Dr. Renée Steenbergen, board member of VVAK

 

17.45-17.55    Closing remarks / wrap up

Prof. Anne Gerritsen, Professor Kikkoman/VVAK Chair of Asian-European Intercultural Dynamics, Material Culture and Art, Leiden University

 

Closing remarks by Pieter Ariëns Kappers, Chair of VVAK

 

18.00-19.30    VVAK 100thAnniversary Reception

Drinks and canapés at the Atrium of the Rijksmuseum

Performance: Gamelan ensemble Swara Santi


image002.jpg

Charles Lang Freer comparing Whistler’s “Venus Rising from the Sea” to an Islamic glazed pot, 1909. Photograph by Alvin Langdon Coburn (1882—1966)

Lees meer

image-2018-05-22 (1).jpg

 Breathing Colour - Hella Jongerius 

Van 9 juni t/m 12 augustus toont Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam 'Breathing Colour' van Hella Jongerius. Met ‘Breathing Colour’ houdt ontwerper Hella Jongerius een pleidooi voor instabiele kleuren. In deze tentoonstelling toont zij de dynamiek en schoonheid van kleur en daagt ons uit om kleur even krachtig te ervaren als vorm.

 

Na ruim vijftien jaar kleuronderzoek presenteert ontwerper Hella Jongerius (1963) een serie ruimtelijke installaties die het vaak onbenutte potentieel van kleur laten zien. Jongerius toont hoe kleur reageert op vorm, textuur en op het veranderende licht gedurende de dag. De tentoonstelling met werk van Jongerius zelf, is aangevuld met 150 kunstwerken van verschillende kunstenaars uit de eigen museumcollectie, geselecteerd door Jongerius en kunstenaar Mathieu Meijers. De gekozen werken laten een bijzondere of uitgesproken kleurervaring zien. Het zijn werken die Jongerius inspireren in haar eigen onderzoek naar kleur of waarin zij als maker eenzelfde kleurhantering of impulsiviteit herkent. De tentoonstelling ‘Breathing Colour’ was eerder te zien in het Design Museum in Londen.

 

Kleur-revolutie

Jongerius bekritiseert de kleurindustrie, waar een beperkt palet aan pigmenten, en het streven naar kleuren die er onder elke lichtomstandigheid hetzelfde uitzien, heeft geresulteerd in vlakke, statische kleuren. Jongerius: “We selecteren kleuren uit kleurenwaaiers of kleursystemen met behulp van nummers en coderingen. Kennis over de complexiteit en opbouw van kleur is sterk vereenvoudigd. Er is een groot aanbod van RAL-codes en andere kleursystemen maar ze stralen en zinderen niet zoals de kleuren op de doeken van de oude meesters. De industrie mist op dit moment de ambitie om intense kleurrecepten tot stand te brengen.”

 

Oud en nieuw werk

Samen met kunstenaar en kleurexpert Mathieu Meijers selecteerde Jongerius meer dan 150 werken uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Oude schilderijen, tekeningen, pre-industriële kookpotten en bodemvondsten worden getoond naast werken van Jongerius zelf, waaronder de bekende Coloured Vases. Te zien uit de museumcollectie zijn onder andere schilderijen van Francis Picabia (Egoïsme), Giorgio Morandi (Stilleven), Rob van Koningsbruggen (Zonder titel), Richard Artschwager (De boom) en Cornelis Cornelisz. van Haarlem (De Val van Ixion).

 

Fascinatie voor kleur

Als ontwerper is Jongerius altijd op zoek naar mogelijkheden om producten met een individueel karakter te creëren binnen het industriële productieproces. In 2017 won ze de Sikkensprijs voor haar kleuronderzoek. Via een reeks kleurstudies en objecten om kleur te ervaren, stelt Jongerius een van de meest basale aspecten van design ter discussie. Nu geeft zij het Nederlandse publiek een unieke inkijk in haar onderzoek en deelt ze, als een ware kleur-activist, haar kennis.

 

Kracht van kleur

Jongerius: “Kleur is een visuele ervaring en geen wetenschappelijke. Het gegeven dat kleur geen objectiviteit kent, is een zegen.” In ‘Breathing Colour’ toont Jongerius niet alleen de impact, maar ook de imperfectie en veelzijdigheid van kleur. Jongerius daagt uit en presenteert tegelijkertijd een nieuwe ervaring van de schoonheid. Zij plaatst de kracht van kleur tegenover de kracht van vorm.

 

De tentoonstelling 'Hella Jongerius – Breathing Colour' is ontwikkeld in samenwerking met the Design Museum in Londen.

 

Museum Boijmans Van Beuningen
Museumpark 18-20
3015 CX Rotterdam
www.boijmans.nl

Lees meer

image-2018-05-22.jpg

Carolein Smit - Exhibition L'amour fou

The GRASSI Museum of Applied Arts Leipzig presents more than 30 large individual sculptures from the work of ceramics artist Carolein Smit (1960) from 2 June until 30 September 2018. The works of the Dutch artist include mythical creatures, legendary beings, fairy tale characters, skeletons and reliquaries, as well as religious motives, vanity themes and subjects such as love, death, pain, suffering, lust, violence and darkness. Her work is highly detailed. The surfaces are richly decorated to the point of appearing overladen at times.

 

As in an Amour fou, an apparently unreasonable and yet extremely passionate and

addictive love, Carolein Smit brings together opposites in her ceramic sculptures. Where

does innocence turn into guilt, where does life become death? Where is the passage?

Where is the turning point? The Dutchwoman, who now lives in Belgium, focuses on

these questions. Her mysterious figurations appear just as precious and seductive as

they seem dangerous, fragile and painful. At the same time, they seem filled by a

subtle humor. They are current, but their alter egos are rooted in a world of chambers

of wonder, devotional cabinets and the mythically-fantastic branches of art history.

 

One special feature of the exhibition is the relief of the dance of death, created

specifically for Leipzig. It is a large wall installation. Delicate white ceramic figures are

placed against the backdrop of a night-blue sky, forming the central eye-catcher in the

exhibition room. The individual sculptures are placed free-standing in the room -

matching the theme. Most of the works presented come from her 2010s period.

 

"Carolein Smit. L’amour fou" is part of an exhibition trilogy of the artist in London (GB),

Leipzig (D) and Assen (NL). The Victoria & Albert Museum London will show works by Carolein

Smit from 20 March to 30 September 2018, The Leipzig GRASSI Museum of Applied Art from

2 June to 30 September 2018, the Drents Museum Assen from 3 November 2018 to 3 March

2019. The illustrated book about the artist, "Carolein Smit Works" in three languages, is

available to support all three exhibitions. (WBooks, 376 pages)

Pieces borrowed from the artist and the gallery Michael Haas Berlin enrich our own small

collection based on a gift from Rotterdam collector Rosemarie Willems. The documentary

completed in 2010 "Schoonheid en Dood" ("Beauty and Death") by Dagmar Brendecke and

Walter Brun will run in the exhibition.

 

It provides a view behind the scenes and shows scenes from Carolein Smit's studio and the

development of her elaborately designed figures.

Specifically for the GRASSI presentation, author Kathrin Jira, who lives and works in Leipzig,

accepted the task of approaching individual works of the exhibition in literary texts. Her short

stories are available for the visitors as flyers (German/English).

From a museum-pedagogic aspect, the exhibits are flanked by a miniature stage "The spirits

that I called". It invites to responding to the great relief of the dance of death by Carolein

Smit and to create figurative scenes.

 

Exhibition: 02 June 2018 – 30 September 2018

GRASSI Museum of Applied Arts
 Johannisplatz 5 – 11
 D-04103 Leipzig

www.grassimuseum.de

 

 

 

Lees meer

Suprise Mountain Vase.jpg

So far so good: Helen Frik, Marnix Goossens, Hanah Joka en Lisa Sebestikova

Van 12-05-2018 tot en met 23-06-2018 bij Galerie Nouvelles Images.

 

Eind 2017 was Helen Frik (Worcester – UK, 1960) artist-in-residence in de Saga Ceramic Research Laboratory, Arita, Japan. Het specifieke Arita-porselein geniet wereldwijd bekendheid wegens zijn uitzonderlijke kwaliteit en het handschilderwerk. De porseleinindustrie en de traditie van porseleinbeschildering in Arita bestaat sinds 1616. Frik heeft op haar onnavolgbare manier een nieuwe draai gegeven aan deze Arita-traditie. En dat levert een nieuwe vleugel op voor The Frik Collection Ceramic Museum: de ‘Arita Wing’, die in NI in volle glorie is uitgestald.

 

Marnix Goossens (Leeuwarden, 1967) werkt al enige tijd aan een nieuw foto-project waarin vervreemdende en wondere natuurervaringen centraal staan. NI laat reeds een kleine selectie zien.

 

Gastkunstenaars Lisa Sebestikova (Enschede, 1988) en Hannah Joka (Münster – DE, 1993) tonen ruimtelijk werk dat de definities van objecten oprekt en de relatie tussen mens, natuur en begrenzingen bevraagt. In haar intieme en sonderende fotowerk ‘Perception’ zoekt Joka die verontrustende ‘percepties’ ook op.

 

Opening: zaterdag 12 mei, 16.00 uur.

 

Galerie NOUVELLES IMAGES
Westeinde 22
2512 HD Den Haag
T +31 (0)70 346 19 98

 

E info@nouvellesimages.nl

Website nouvellesimages.nl

Lees meer

Nu uit: nummer 236

 Cover 236.jpg

Inhoudsopgave nummer 236 (2018/ 1)


Gloeiende Glazuren Chris Lanooy 1881-1948, leerlingen en navolgers
Willem Heijbroek

 

Keizerlijke glasproductie tijdens de Qing-dynastie
Lezing in het Prinsenhof te Delft op 27 mei 2017
Dr. Shelly Xue 薛吕

 

Veelzijdigheid, innovatie en experiment Delftse keramiek uit de art nouveau en nieuwe zakelijkheid 1880-1940
David de Haan en Suzanne Klüver

 

Art Nouveau in Nederland Gemeentemuseum Den Haag
Jan de Bruijn

 

Favoriet Verzamelaars en hun favoriete voorwerp
Peter van Kester, Rob Driessen, Marten van Calcar en Erik Weber

 

I Hong Tan en Helene Kröller-Müller; blanc de Chine in Otterlo
Een interview met I Hong Tan Jan van Campen

 

Het Purmerends Museum verrijkt de collectie en vernieuwt de opstelling
Saskia van den Berg en Sebastiaan Ostkamp

 

Keramiek Triënnale 2018 Hedendaagse figuratie in klei
Piet Augustijn

 

Inhoud/lid worden

© Vormen uit vuur